Interim Intelligence

Blog Interim Intelligence

Op dit blog worden regelmatig nieuwe blogposts gepubliceerd over HR, arbeidsmarktontwikkelingen, organiseren, werk, arbeidsmarktcommunicatie, recruitment en sociale media.

De ruim 400 blogberichten die vanaf 2008 tm september 2013 op het blog van Interim Intelligence zijn gepubliceerd zijn door overgang van de provider naar een nieuw platform helaas verdwenen. Op de site socialmediarecruitment.nl kun je deze nog wel vinden in het blogarchief. 

Welke en hoeveel robots zijn er en waarom gaan ze onze banen inpikken?

Gaan robots onze banen inpikken? Het lijkt er wel op als je alle recente berichten moet geloven. Wetenschappers als Frey en Osborne en consultancybedrijven als Deloitte  en McKinsey becijferen zonder uitzondering dat tot wel 50% van de banen overgenomen kan worden door robots. McKinsey nuanceert dat overigens nog enigszins door te stellen dat het met name taken betreft die overgenomen worden. En dat is natuurlijk een fundamenteel verschil met banen.

Zoals ik al eerder constateerde staan zowel de banen van hoger- als lager opgeleiden op de tocht. Accountants moeten vrezen voor hun baan, evenals pedicures. 

Het blijft echter allemaal toch wel wat abstract. Welke robots dan? Hoeveel zijn er? Hoe kan het dat zoveel banen door robots vervuld gaan worden? Dat lijkt vooral ook een kwestie van definiëren. Veel mensen denken bij robots aan de robots die in films voorkomen. Metalen mensachtigen. Ze staan op twee benen en hebben, als het even kan, zelfs een mensachtig gezicht, zoals de robots in de film “I, Robot” (zie afbeelding).



En zulke robots zijn er natuurlijk wel. Zo kennen we zorgrobot Alice, waarmee we kennismaakten in een documentaire van 2Doc.


En seksrobot Roxxxy die hier en daar wat weerstand oproept.


Maar over het algemeen hebben robots helemaal niets menselijks en zijn ze zelfs als machine niet of vrijwel niet herkenbaar. Daar kom ik zo op terug.

Definities

Vaak worden de term robot en robotica door elkaar gebruikt. Echter, de term robotica is veel breder dan de term robot.

Een robot is een programmeerbare machine die verschillende taken uit kan voeren. Robotica heeft betrekking op computertoepassingen die in het dagelijks leven zijn geïntegreerd, zoals de personal assistant in je smartphone, het navigatiesysteem in je auto en de intelligente thermostaat in je huis.

Steeds vaker wordt voor robots een brede definitie gehanteerd. De Nederlandse wetenschappers Van Est en Kool  trekken het begrip ‘robot’ breder en doelen niet alleen op fysieke robots, maar ook op technologieën als ‘softbots’, kunstmatige intelligentie, sensornetwerken, en data analytics. In de publicatie “De robot de baas” van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid staat daarover: ‘Veel nieuwe toepassingen van robots zijn niet direct als zodanig herkenbaar. Want ook de routeplanner in een auto, de poortjes op een ns-station die je binnenlaten en registreren, je iPhone en iPad en de slimme thermostaat zijn voorbeelden van robotica.’

En dan gaat het hard natuurlijk en is ook goed voorstelbaar dat de helft van de banen vervuld gaat worden door robots.

Hoeveel robots zijn er?

Op basis van deze brede definitie is eigenlijk ook niet te bepalen hoeveel robots er zijn. Waar moet je tenslotte beginnen en waar ophouden met tellen?

Beperken we ons tot industriële en dienstverlenende robots, dan heeft de International Federation of Robotics (IFR) wel een aardig idee hoeveel robots er zijn.

Dan blijkt het ook wel mee te vallen met de aantallen robots. Wereldwijd zijn er ruim 1,4 miljoen industriële robots. In Nederland zijn er 8.470. Echter, de wereldwijde verkopen van deze robots stijgen snel. In Nederland daalde het aantal verkochte robots overigens, al wordt dat niet verder gespecificeerd. Industriële robots zijn gemiddeld 12 jaar in gebruik.




De automotive industrie is de belangrijkste afnemer van industriële robots, gevolgd door de elektronica-industrie. De metaal- en de chemische industrie zijn minder belangrijke afnemers van robots, al neemt de groei van het aantal robots er wel toe.


Volgens IFR zijn er sinds 1998 172.000 professionele dienstenrobots geteld. In 2014 werden er 24.207 verkocht, 11,5% meer dan het jaar daarvoor. Diensterobots worden vooral ingezet door Defensie, in de Landbouw (voornamelijk melkrobots) en de Logistiek. In 2014 ging 45% van de verkochte robots naar Defensie.


Natuurlijk worden er veel meer robots verkocht voor persoonlijk gebruik, zoals de stofzuigrobot en de grasmaaierrobot. In 2014 werden wereldwijd 4,7 miljoen robots verkocht aan huishoudens, 28% meer dan in 2013. Er wordt echt een ware explosie van het aantal verkopen aan particulieren verwacht de komende jaren. Voor de jaren tot 2018 is de voorspelling dat nog eens ruim 25 miljoen dienstenrobots aan particulieren zullen worden verkocht.

Gaan er banen verdwijnen door robotisering?

Op basis van de aantallen industriële- en dienstenrobots, zowel wereldwijd als in Nederland, kun je niet direct concluderen dat grote aantallen banen op de tocht staan. Sterker nog, gezien de toepassing van deze robots, zoals onbemande missies op gevaarlijk terrein, mijnen ruimen, onderwaterinspectie, koeien melken en het assembleren van auto’s en auto-onderdelen zou ik de inzet van robots zelfs een zegen noemen. Dit gevaarlijke en soms saaie en repeterende werk wordt nu lekker gedaan door robots. Al zal natuurlijk niet elke ontslagen medewerker uit de auto-industrie het daarmee eens zijn.

Maar ja, dat is dus op basis van een enge definitie van de robot. Pakken we de (veel) ruimere definitie, waarbij automatisering en artificiële intelligentie een grote rol spelen, dan is de situatie natuurlijk heel anders. Dan kun je inderdaad door het programmeren van slimme algoritmes de accountant vervangen en kunnen supercomputers als IBM’s Watson, geprogrammeerd om snel een diagnose te stellen en een behandelingsmethode te bepalen, artsen vervangen. Door de toepassing van camera’s, locatie- en positiebepaling, ontsluiting van grote databestanden en zelflerend vermogen, kunnen robots steeds meer menselijke handelingen overnemen. En dan blijkt de mens vervangbaar door zo’n onvermoeibare robot, die geen pauzes hoeft, niet klaagt of zeurt en op basis van ratio beslissingen neemt.

Voor de mens is het zaak haar menselijk waarden te koesteren. Deze onderscheiden haar immers – vooralsnog althans - van de robot.