Sociaal kapitaal als basis voor nieuw organiseren

Recent is er kritiek op de term Social business. De principes achter de social business staan zeker niet ter discussie, maar het is wel de vraag of de benaming – social business – de juiste snaar raakt. Zo betoogt Chris Heuer dat met name het woord social in het verkeerde keelgat schiet bij directies en bestuurders. Social is te soft en te nietszeggend.

De transformatie richting nieuwe organisatievormen is echter onvermijdelijk. Organisaties opereren in een almaar meer dynamische, complexer wordende omgeving. Consumenten, klanten en burgers worden steeds mondiger en hebben ook nog eens de tools om hun mening aan de hele wereld te verkondigen. Er luistert altijd wel iemand. Hoe je als organisatie met deze veranderingen omgaat, stond centraal op het seminar Het Nieuwe Organiseren.

De Nieuwe Organisatie

Michiel Schoemaker fungeerde als dagvoorzitter van het seminar en gaf tevens een aanzet tot ‘De Nieuwe Organisatie”. Een dergelijke organisatie vraagt om:

  • Het vervlechten van de processen “klant” en “leverancier”
  • Het vervlechten van economisch en sociaal kapitaal. (Een mooier woord voor sociaal kapitaal is volgens Schoemaker  sociaal netwerk.)
  • Het vervlechten van technologie en sociale
    systemen
  • Een balans tussen control en commitment

En dan gaat het toch al heel erg op een social business lijken….

Sociaal kapitaal

De term sociaal kapitaal schreeuwt trouwens om een definitie, en die geeft Schoemaker dus ook:

“Sociaal kapitaal is de hoeveelheid actieve verbindingen tussen mensen: gebaseerd op vertrouwen, wederzijds begrip en gedeelde waarden en gedragingen waardoor mensen zich verbinden aan communities en effectief samenwerken mogelijk wordt”

Het wenkend perspectief bestaat volgens Schoemaker o.a. uit co-creatie, communities en disruptieve technologieën.

Geen best practices in nieuwe organisatie

Bouwstenen van de nieuwe organisatie zijn socio-technologie, collectief talent, werken volgens netwerkprincipes in een variëteit van organisatievormen, waarbij identiteit en community principes leidend zijn. En dat kunnen dus verschillende organisatievormen binnen één organisatie zijn. Schoemaker waarschuwt in dit kader voor best practices. Een best practice voor de ene afdeling, hoeft dat absoluut niet voor een andere afdeling te zijn. “Begin dus maar gewoon en kopieer anderen niet klakkeloos”, is zijn advies.

Een organisatie drijft dan op de principes community, identiteit en sociaal kapitaal:

Nieuw organisatiemodel volgens Schoemaker

Schoemaker sluit af met een anekdote om duidelijk te maken hoe de omgeving en de context voor organisaties voortdurend veranderen:

Als professor stelt Einstein een tentamen op. Na afloop komen de studenten naar hem toe: “Meneer, deze vragen waren precies hetzelfde als vorig jaar.” Einstein: “Dat klopt, maar de antwoorden zijn anders.”

Organiseren voor voorspelbaarheid

Na Schoemaker betreedt René Jansen van Winkwaves het podium. Hij poneert dat we organiseren voor voorspelbaarheid. Iedereen doet gewoon zijn werk, maar anderen moeten daarop wachten, net als bij een stoplicht waar helemaal geen andere verkeersdeelnemers te bekennen zijn. Je staat voor het stoplicht om het systeem in stand te houden. Bij organiseren hou je rekening met alle situaties die ooit eens voor kunnen komen. Maar dat is een hele dure, inefficiënte wijze van organiseren!

De mier als lichtend voorbeeld

Jansen stelt voor te leren van mieren. Door stoffen af te scheiden vertellen ze anderen wat ze doen, waar ze bijvoorbeeld eten kunnen vinden. Als ze lekker eten vinden delen ze dit onmiddellijk. Ze delen dus successen. Bovendien krijgen mieren ‘vrije tijd’ om te verkennen, die vaak leidt tot nieuwe ontdekkingen en successen, zoals bijvoorbeeld een snellere of betere weg naar een voedselbron. Dit principe lijkt op de 20% lummeltijd die medewerkers van Google krijgen.

De verandering richting een social business vraagt om een verbindende gesprekslaag. Coördinatie door onderlinge afstemming en continue verbondenheid.

En omdat we het zojuist toch over mieren hebben gehad, misstaat het citaat van Darwin zeker niet:

It is not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent that survives. It is the one that is most adaptable to change.

Je hoeft dus niet de grootste of de sterkste organisatie te zijn. Je moet je snel kunnen aanpassen aan veranderingen.

Jansen geeft daarna 3 tips om te transformeren naar ‘Nieuwe Organisatie”:

  1. Ga volgbaar werken, zoals mieren, bijvoorbeeld door Yammer of Winkwaves Harmonics te gebruiken. Werken, leren, organiseren en social business systemen moeten verweven raken om van elkaar te leren en efficiënt te functioneren.
  2. Zie samenwerken als een sociaal proces, een sociaal mechanisme. Het draait dus niet om tools, maar om sociale principes.
  3. Geef richting middels sociale identiteit en gemeenschappelijke ambities. Verbind visie en werk. Geen micromanagement. Laat medewerkers meedenken over de (in)richting van de organisatie.

Social collaboration levert echt meerwaarde op voor organisaties. Kennis wordt (beter) gedeeld. Medewerkers verliezen veel minder tijd door afstemmingsproblemen, hoeven niet continu op zoek naar de juiste informatie.

Bij Jansen kwam dus het begrip social business wel regelmatig terug. Maar ook hier draaide het om de sociale principes, niet de sociale organisatie waar geitenwollensokkenmanagers de scepter zwaaien…..

Maandag 28 oktober wordt een blogpost gepubliceerd met daarin een verslag van de presentatie van Jos de Blok van Buurtzorg.